De volgende generatie over de volgende generatie

Circulariteit gaat over het doorgeven van een schone, leefbare aarde aan de volgende generatie. Belangrijk dus om de nieuwe generatie al op jonge leeftijd bewust te maken van de beperkte beschikbaarheid van grondstoffen en materialen. Het integreren van circulariteit in educatieprogramma’s lijkt een logische keuze. Echter, hoe gaat dit in z’n werk? Wat zijn de ervaringen van studenten? We vroegen het Maaike van Ierssel, docent bouwkunde en verduurzaming vastgoed bij Fontys hogeschool Eindhoven.

Waarom is Fontys gestart met het gebruik van Madaster in het onderwijs?

Wij zijn gestart met Madaster om de studenten meer bewust te maken van de materiaalkeuzes die er zijn en het belang om daar een juiste keuze in te maken. Een materialenpaspoort geeft inzicht in de gebruikte materialen en maakt het heel tastbaar voor studenten. Daar komt bij dat een goed BIM model de basis hiervoor vormt en met de BIM werkwijze gaan we data delen en wordt bouwen nog leuker. We willen studenten graag bewust maken van het feit dat ieder gebouw een grondstoffendepot is.

Hoe vindt circulariteit in bredere zin een plek in het onderwijs?

Het is onze ambitie om circulariteit In het hele curriculum een belangrijke rol te laten spelen. De 10 R’en (Rethink, Redesign, Reduce, Reuse, Repair, Refurbish, Remanufacture, Repurpose, Recycle, en Recover) van circulariteit worden bij onze opleiding altijd toegepast, want een gebouw is circulair als bij de bouw en het beheer voorraden in de gesloten kringloop gehouden worden. We laten de studenten zien dat vastgoed eigenlijk losgoed is. Daarnaast hebben we bij Fontys het kenniscentrum circulaire transitie en er is een minor circulaire economie. Deze minor houdt zicht bezig met nieuwe businessmodellen voor de circulaire economie.

Hoe gebruiken jullie Madaster in het onderwijs? Wat is voor jullie de toegevoegde waarde?

We gebruiken Madaster puur als leestool. De studenten bij vastgoed maken geen eigen BIM modellen maar dienen deze later in hun werk wel te kunnen beoordelen of in ieder geval te begrijpen. Studenten willen er graag steeds meer over weten. Hoe ze worden gemaakt en vooral ook hoe ze worden geclassificeerd. Daarom geven we ook les volgens de elementen van de bouwkunde (NL/SfB codering). Een materialenpaspoort geeft studenten inzicht in hoe een gebouw is opgebouwd. Bouwen is net lego: Het is niet moeilijk, alleen we maken het soms moeilijk. Communicatie is key en daar biedt Madaster uitkomst. Alles op 1 plek.

Hoe wordt dit door studenten ervaren?

Als opdracht hebben de studenten het boek Material Matters van Thomas Rau gelezen en ook een materialenpaspoort moeten uitleggen. Onderstaand een aantal bevindingen van onze studenten:

“Als ik naga hoe er wordt omgegaan met materialen en hoeveel materialen bij het afval worden ‘gedumpt’ – terwijl ze eigenlijk nog prima functioneren of voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden –, dan is dat eigenlijk bizar. Een materiaalpaspoort kan absoluut soelaas bieden door producten en materialen een identiteit te geven, waardoor men bijvoorbeeld exact weet wat voor materialen in een product zitten en waar deze materialen zich bevinden. Vóórdat ik dit vak kreeg had ik nog nooit van Madaster of een materialenpaspoort gehoord. Terwijl ik bij een grote aannemer stage heb gelopen.” -Brandon Lahaye

“In eerste instantie vond ik het moeilijk te geloven dat producten vaak in elkaar steken als een georganiseerd probleem, echter werd ik toch overgehaald toen ik verder las. Met name door het terugvinden van de oude kartelafspraken in Berlijn, werd ik overtuigd van ‘’het product als georganiseerd probleem’’. Het was erg schokkend om te zien dat het al zo normaal is in de huidige samenleving en hoe het zich heeft ontwikkeld in de afgelopen eeuw. Daardoor is het ook lastig om in te denken hoe het wel zou moeten. Gelukkig komt er in hoofdstuk 6 (Madaster en het Materialenpaspoort) een ‘oplossing’ voor, met onderbouwing. Het geven van een identiteit aan materialen. Het is eigenlijk gek dat met alle technologie die er toch al enige tijd is pas in 2017 zoiets al het materialenpaspoort wordt opgericht. Dit laat sterk zien hoe conservatief de vastgoedmarkt/bouwmarkt is. Middels de ‘circularity index’ willen ze de conservatieve gedachtengang breken en zorgen dat het studerende werking heeft op het ontwerp van gebouwen in een richting van maximaal hergebruik.” – Hein Kools

“Je leest in het boek de ontwikkeling van afval naar voedsel. Ik had hier nog nooit zo over nagedacht. Tuurlijk wist ik dat afval in heel de wereld een groot probleem is, maar ik had nog nooit de cirkel rond gemaakt zoals in het boek werd uitgelegd. Producten zijn dus zo gemaakt dat producenten bewust een gericht defect installeren en hierdoor zijn producten nieuw, net niet kapot. Als ik hier zo over nadenk klopt dit inderdaad. Je koopt een product en eigenlijk is vooraf al bepaald wanneer het kapot gaat. Hierdoor is er ook veel afval wat veel effect heeft op de mens en het milieu. In hoofdstuk 1 wordt toegelicht hoe dit zo is ontstaan en de gedachten daarachter en toen ik het zo las, begreep ik dat dit eigenlijk niet klopte. Het boek gaat ook in op gebouwen en hoe die afval creëren. Vele gebouwen worden gesloopt en de waarde van de grondstoffen en materialen werd altijd afgeschreven naar nul. Daarom hebben ze ook het Materialenpaspoort opgezet. Alle materialen worden hierin genoteerd en geregistreerd. Ze krijgen allemaal een eigen identiteit en op deze manier gaan ze niet verloren. Hiervoor hebben ze Madaster opgericht om alle paspoorten in op te slaan. Ik vind dit een heel goed initiatief. Ik ben zelf heel erg geïnteresseerd in oude gebouwen en vroeger werden deze vaak gesloopt. De materialen werden niet gebruikt, terwijl ze wel bruikbaar waren. Ook voor de toekomst is dit Materialenpaspoort van toegevoegde waarde.” – Marjolein van Loon

En zo hebben we nog meer dan 40 mooie voorbeelden van studenten. Voor iedereen was de introductie met Madaster een eye opener. Deze generatie studenten is het gewend om te delen dus ik heb er alle vertrouwen in dat zij de bouwwereld mooier kunnen maken. Samen komen we verder!